‘Poolse mensen horen erbij in ons durpke’

Asten-Heusden is een kleine boerengemeenschap in Brabant. Het dorpje telt 2500 inwoners, daarvan zijn ruim 400 mensen van Poolse komaf. Zij werken op glastuinbouwbedrijven en in de varkenshouderij. In dit eerste deel van de serie Plattelandsdocument dompelt Nieuwe Oogst zich een dagje onder in Asten-Heusden. De centrale vraag is: Wat is de impact van een groot aantal Polen op een gemeenschap als Asten-Heusden?

Ze plukken paprika’s, oogsten komkommers en verzorgen varkens. Voor veel boeren en tuinders zijn Poolse werknemers een zegen, want Nederlanders halen vaak hun neus op voor dit werk. Overal in Nederland werken en wonen arbeidsmigranten, zo ook in Asten-Heusden.

Daniëlle Coolen zit aan de bar van haar eigen café De Canadees. Ze knippert met haar felblauwe ogen en heeft haar handen om een kop koffie gevouwen. In haar kroeg kwamen tot enkele jaren geleden veel Poolse klanten. ”Het zijn echt schatten,” vertelt ze. ”Zeker de mensen die al langer in ons dorp werken. Ze gedragen zich netjes, zijn beleefd en doen hun best om zich verstaanbaar te maken.” Ze veegt een blonde haarlok uit haar gezicht en begint te lachen. ”Ze zijn in ieder geval beter geïntegreerd in de Heusdense maatschappij dan de Polen die nog niet zo lang in ons dorp werken.”
Die ‘nieuwelingen’ pikt ze er meteen uit. ”Zij kunnen behoorlijk lomp zijn hoor! Maar zodra ze langer in Nederland verblijven, passen de meesten zich goed aan.”
De laatste jaren ziet de blonde café-eigenaresse nog maar nauwelijks Polen in haar bar. Het heeft te maken met de goede huisvesting die er voor hen wordt geregeld. ”Die faciliteiten zijn echt verbeterd. Ze hebben allemaal een eigen plekje gevonden en drinken gewoon thuis een borrel.”
De plaatselijke buurtsuper profiteert daar van. Spar-medewerkster Mirjam van Bladel ziet de Poolse gastarbeiders dagelijks in de winkel. ”Ze kopen vooral bier, goedkope vruchtenwijn, shag en beltegoed. Ze zijn prettig in de omgang en er is nooit gedoe. Ons dorp heeft de Polen geaccepteerd.”
Café-eigenaresse Coolen vindt het eigenlijk wel prima dat de migranten thuis hun drankje drinken. ”Het geeft rust. Want hoe leuk de Polen ook zijn, als ze teveel drinken kunnen ze heel onbeschoft worden.”
Ze complimenteert het bedrijf ZON Arbeidsvoorziening, een payrol-kantoor uit het dorp die alle administratie en huisvesting rondom de Poolse arbeidsmigranten organiseert. ”Petje af hoe zij de Polen wegwijs maken in onze gemeenschap. ZON gaat respectvol met ze om en ze communiceert duidelijke regels. Daardoor gedragen de gastarbeiders zich netjes.”

‘Fatsoenlijke mensen’

Asten-Heusden heeft 2500 inwoners, waarvan ruim 400 Poolse arbeidsmigranten. Het dorp telt 16 glastuinbouwbedrijven, 22 varkensbedrijven, 12 pluimveebedrijven en 28 melkveebedrijven. De meeste gastarbeiders werken in de glastuinbouw en enkelen op varkensbedrijven. Gemiddeld werkt een Pool 35 weken in Nederland. Het loon bedraagt meer dan het dubbele van een vergelijkbare functie in Polen. De gastarbeiders wonen in eengezinswoningen in het dorp, in leegstaande boerderijen, op de agrarische bedrijven of in het migrantenhotel van Asten-Heusden.
De straat waarin oud-varkenshouder Hein van de Heuvel woont telt negentien woningen, waarvan er zes worden bewoond door Polen. ”Soms kun je aan enkele kleine dingen zien dat er gastarbeiders wonen, maar verder zie het eruit als huizen van gewone burgers.”
Zijn zoon runt een zeugenbedrijf aan de Bleekerweg. In de woonruimte boven het kantoor wonen drie Poolse arbeidsmigranten. ”En dat gaat prima.”
Hij noemt de Polen heel fatsoenlijk, ze zijn ook vaak goed opgeleid. ”Ze steken hun hand op en zeggen je goeiendag.” Maar tot een echt gesprek komt het nooit. Enerzijds vanwege de taalbarrière en anderzijds omdat deze mensen geen behoefte hebben aan sociaal netwerk in Asten-Heusden. ”Ze komen hier om centen te verdienen.”
Voor de varkenshouderij zijn de werknemers een zegen. ”We kunnen nauwelijks aan personeel komen. Nederlanders willen dit werk niet doen,” legt hij uit. ”Ze vinden het eentonig en minderwaardig. Maar dat is een misvatting, het werk is juist afwisselend. Onze drie Nederlandse medewerkers werken hier al lang met veel plezier.”
Volgens Van de Heuvel zijn Poolse mensen doorgaans heel gemotiveerd. ”Een enkele keer hebben we wel eens afscheid moeten nemen van iemand vanwege overmatig drankgebruik. Maar dat is jaren geleden. Bij hen is het inmiddels algemeen bekend dat je je in Nederland dient te gedragen.”
Ton Wijnen runt het payrol-kantoor ZON arbeidsvoorziening in het dorp. ”Er bestaan veel misverstanden over Poolse gastarbeiders. Natuurlijk gebeuren er wel eens dingen, maar die worden dan direct uitvergroot in de media.” ZON heeft ruim 1300 Polen in dienst en het bedrijf hanteert een duidelijk beleid. Ze behandelt de Polen op een nette manier, ze zorgt voor een goede huisvesting, biedt cursussen Nederlands aan en betaalt een beloning volgens cao.
”Daar staat tegenover dat de arbeidsmigranten zich aan hun afspraken moeten houden,” zegt Wijnen. ”Ze moeten bijvoorbeeld hun huis en de tuin goed onderhouden. En bij overlast grijpen we in.”
Deze aanpak werpt zijn vruchten af. Volgens Wijnen draagt het er aan bij dat Asten-Heusden de gastarbeiders heeft geaccepteerd. ”En je merkt dat de Polen zich daardoor welkom en gewaardeerd voelen. Het zijn emotionele en dankbare mensen. Als je iets voor ze doet, dan komen ze meteen een vlaai of zelfgebakken taart brengen.”

Kerk

Voor Ankie Wijnen, melkveehoudster aan de Ospelerweg, maken de Polen onderdeel uit van de Heusdense gemeenschap. Op de vraag welke impact de gastarbeiders hebben op het dorp antwoordt ze: ”Ze leven hun eigen leven. Ik kom ze alleen tegen in de supermarkt, want ze werken niet op ons bedrijf. We hebben ook geen hinder van ze en we voelen ons niet onveilig in het dorp. Bovendien zien de huizen waar de Polen wonen er keurig uit. Dat vind ik belangrijk, ze zorgen ervoor dat het platteland niet verloederd.”
De melkveehoudster heeft ook veel respect voor hen. ”De mannen en vrouwen laten hun familie, kinderen en partner tijdelijk achter om geld te verdienen in Nederland. Je kunt je niet voorstellen hoe dat moet zijn.”
Café-uitbater Coolen is trots op haar dorp. ”Onze gemeenschap omarmt de gastarbeiders. Ze horen erbij in ons durpke. De parochie organiseert bijna wekelijks een Poolse dienst. Het pleintje voor de kerk stroomt dan helemaal vol en je ziet meteen hoeveel gastarbeiders er in ons dorp werken. Ze komen van alle kanten, te voet, per fiets of met de auto. Prachtig dat dit allemaal kan in Heusden.”

Persoonlijke getuigenis: ”Natuurlijk mis ik mijn vrouw”

Hij is dertig jaar oud, heeft vriendelijke lach en is opgeleid tot boekhouder. Marcén Zarzycki liet zijn hoogzwangere vrouw in Polen achter om te werken op een komkommerkwekerij aan de Waardjesweg in Asten-Heusden. Elke zes tot acht weken rijdt hij terug naar Polen om bij zijn vrouw te zijn.
Het doet hem pijn om haar steeds te moeten missen. ”Meteen als ik weer in de auto stap op weg naar Nederland, krijg ik heimwee. Maar daar is niets aan te doen. We hebben dagelijks contact via de telefoon en skype. En zodra de geboorte van ons eerste kindje zich aandient, rij ik uiteraard onmiddellijk naar huis. Binnen 7,5 uur ben ik thuis.”
In Polen was het voor Zarzycki moeilijk om een baan te vinden, bovendien zijn de Poolse salarissen laag. ”In de Nederlandse glastuinbouw verdien ik nu drie keer zoveel dan ik zou verdienen als boekhouder in Polen. Werken in de Poolse tuinbouw is helemaal niet interessant, het loon ligt op circa 1,5 euro per uur.”
Hij heeft het naar zijn zin in het Brabantse dorp. Samen met vijf andere Polen deelt hij een eengezinswoning in het dorp. In zijn vrije tijd voetbalt hij in de plaatselijke voetbalvereniging sv ONDO. ”Ik ben een geboren voetballer,” glundert Zarzycki. ”Ik ben sportief en heb in Polen ook altijd gevoetbald.” Ondanks dat hij de Nederlandse taal niet spreekt, geeft dat geen problemen in het team. ”Voetballers spreken dezelfde taal, we begrijpen elkaar.”
Hij heeft geen idee wat de toekomst hem brengt. Mogelijk keert hij voorgoed terug naar Polen, maar het is ook mogelijk dat hij zich met zijn gezin in Nederland vestigt.
”Ik hou van Nederlanders. Ze zijn aardig en de mensen begroeten je op straat. Ze zijn meer open en ontspannen dan Polen. Ik voel me hier welkom.”

De toeschouwer: ”Biechtstoel is weer opgepoetst”

”De Poolse mensen komen hier als vreemden, maar onze parochie wil hen gastvrij ontvangen. Daarom helpen we hen bij het organiseren van Poolse kerkdiensten.”

Wim Leenders is vrijwilliger bij de Rooms-Katholieke kerk in Asten-Heusden. Bijna wekelijks is er in het dorp een Poolse dienst. ”Poolse mensen zijn nog heel traditioneel. Ze volgen de kerkelijke regels veel nauwlettender dan Nederlanders doen. Zo hebben we de biechtstoel weer laten oppoetsen, een echte met zo’n schuifje. Poolse mensen vinden de biecht heel belangrijk.”
De Poolse gemeenschap van Asten-Heusden organiseert de kerkdienst zelf. Ze zorgt voor misdienaars en een voorzanger. De Poolse priester die de mis leidt, komt uit Brussel. Bijna wekelijks wonen 100 tot 140 Polen de mis bij. Dat is bijna het dubbele van het gemiddelde aantal Heusdenaren bij een Nederlandse dienst.
Na de viering vangt de Heusdense parochie de kerkgangers op. ”We drinken samen koffie en buurten nog wat na. Daardoor leren we de Poolse mensen ook beter kennen. Ze zijn vriendelijk en hebben de parochie zelfs een groot schilderij aangeboden, als dank voor onze hartelijkheid.”

De betrokkene: ”Glastuinbouw is afhankelijk van Poolse arbeider”

”Ik kan er wel eens van balen dat onze sector een negatief imago heeft op de arbeidsmarkt,” zegt Rob Moors, paprikateler aan de Waardjesweg in Asten-Heusden. ”Nederlanders associëren de glastuinbouw met zwaar werk, de voeten in de klei, een hete kas en veel buitenlanders. Met diverse scholingsprojecten doen we er alles aan om het imago op te poetsen. Want het is een prachtige sector om in te werken.”
Hij is blij dat hij kan terugvallen op gastarbeiders. ”We zijn deels van hen afhankelijk en ze doen hun werk goed. De Polen passen zich aan en de meesten hebben een cursus Nederlands gedaan. Ze spreken de taal nauwelijks, maar kunnen je vaak wel verstaan.”
Zijn bedrijf telt acht hectare en hij heeft zeventien mensen in dienst. Acht daarvan zijn Pools. Moors vind die mix van Nederlanders en Polen ideaal. ”De Nederlanders zijn vooral sterk op kwaliteit, ze werken heel nauwkeurig en ze dragen graag verantwoordelijkheden. De Polen zijn misschien ietsje productiever en geven de voorkeur aan repeterend werk. Die balans is daarom perfect. Het onderlinge contact tussen de Nederlanders en Polen is goed, al zitten ze in de kantine niet bij elkaar.”
Dariusz Michalski werkt nu twee jaar op het paprikabedrijf van Moors. Hij is in Polen opgeleid tot bouwvakker. De hoge salarissen in Nederland trokken hem naar Asten-Heusden.
Hij woont in een oude boerderij. Het is een veelvoorkomende situatie in het dorp. Tuinders of boeren kopen oude agrarische bedrijven op en gebruiken de grond en bedrijfsgebouwen. Voor het huis is geen bestemming, dus verhuren ze dat aan ZON arbeidsvoorziening die er gastarbeiders in huisvest.
Michalski heeft zijn draai gevonden in het Brabantse dorp. Enkele jaren geleden werd hij in de kas verliefd op een Poolse collega, en sindsdien zijn ze samen. ”We werken allebei op dit paprikabedrijf en verdienen veel geld. Mocht de Poolse arbeidsmarkt in de toekomst verbeteren, dan keren we wellicht terug.”

Dit artikel is met toestemming van de redactie van Nieuwe Oogst opgenomen.
Mariska Bloemberg – Van der Hulst

Datum:
Dossier:
Onderwerp:
Arbeidsmigratie, Draagvlak en communicatie