Column Wim Reedijk: Contraproductieve wetgeving

Donkere wolken pakken zich samen boven de fatsoenlijke huisvesting van arbeidsmigranten. En het ging al niet zo lekker. Minister Vijlbrief wil de mogelijkheid om de kosten van huisvesting op het loon in te houden nu echt afschaffen. Hij motiveert dat als volgt:  “Ik wil voorkomen dat malafide werkgevers huisvesting en inhoudingen op het minimumloon als verdienmodel kunnen gebruiken. Veel arbeidsmigranten zijn nu te afhankelijk van hun baas voor een slaapplek. Daarom schaf ik de regeling af. Werkgevers moeten arbeidsmigranten een eerlijke prijs laten betalen voor huisvesting.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wim Reedijk, Expertisecentrum Flexwonen

 

 

Daar kun je het niet mee oneens zijn. Probleem is echter dat hij hiermee niet zozeer de malafide werkgevers zal treffen, maar juist degenen die het wel netjes willen doen. Werkgevers en uitzenders die netjes volgens de regels huisvesting aanbieden, verdienen daar echt niet aan. Ze leggen er vaak zelfs op toe. Dat doen ze toch, soms zelf, soms via gecertificeerde huisvesters, omdat het in onze woningmarkt volstrekt onmogelijk is om als arbeidsmigrant zelf aan fatsoenlijke huisvesting te komen.

Afhankelijk van wie?

Is er dan sprake van afhankelijkheid van de baas? Ja, in zekere zin wel, maar het alternatief is afhankelijkheid van de vele huisjesmelkers. Die staan immers te trappelen om deze rol van de werkgevers over te nemen.

Wees blij dat er werkgevers zijn die hun verantwoordelijkheid nemen en voor huisvesting zorgen voor de mensen die ze hier uitnodigen. Zeker als het gebeurt op de manier zoals dat in CAO’s is afgesproken, voorzien is van een keurmerk en aan alle wettelijke eisen voldoet. Dan kun je je aandacht richten op de werkgevers en huisjesmelkers die er wél een potje van maken.

Eerlijke prijs

Als je wil dat werkgevers arbeidsmigranten een eerlijke prijs laten betalen voor huisvesting moet je de inhoudingmogelijkheid niet afschaffen, maar de normale regels voor de waardering van woonruimte erop van toepassing laten zijn. De minister van Wonen kiest daarvoor met een Wet passende huurcontracten. Maar ook daar wordt een route gekozen die waarschijnlijk contraproductief zal uitpakken.

Met dat wetsvoorstel wil de minister alle zogenaamde logiescontracten grotendeels uitbannen; ze mogen nog maximaal 30 dagen worden toegepast. Daarna geldt een huurovereenkomst voor onbepaalde duur; alleen onder strikte voorwaarden kan voor arbeidsmigranten een tijdelijk huurcontract gelden, maar zonder enige verlengingsmogelijkheid. Niet zo gek dat de recreatiesector en onderwijsinstellingen die buitenlandse studenten hebben op hun achterste benen staan. Maar ook werkgevers en uitzenders die tijdelijke werknemers willen huisvesten voorzien grote problemen.

Welke werkgever wil nu huisvesting bieden aan mensen die helemaal niet meer bij hem werken? Dat doen alleen degenen die er naast hun core business een interessant verdienmodel in zien. En die wilden we toch juist aanpakken…?

Er is een alternatief

Het kan zo gemakkelijk slimmer worden opgelost. Laat de huurovereenkomst naar zijn aard van korte duur (want zo heet dat ding) gewoon voor 6 maanden bestaan, maar verklaar de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte met het woningwaarderingsstelsel daarop van toepassing en een opzegtermijn van een maand voor de verhuurder. Daar zal noch de recreatiesector, noch de onderwijssector bezwaar tegen hebben. Er ontstaat dan ook voor werkgevers voldoende flexibiliteit om hun verantwoordelijkheid te kunnen nemen en je sluit oneigenlijke verdienmodellen uit. Klaar toch?

 

Zie ook andere columns op deze website

 

Datum:
Dossier:
Onderwerp: